Volgende foto >       strand 1
Achtergrond tonen

Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.

God schrijft zijn Naam in water uit:
in waterdamp, in waterdruppels,
in stoom en ijs, sneeuw, hagel, dauw,
in regenbuien uit het zuiden, westen,
in wolken, noordelijk en koud aan-
zwellend boven land, opspattend schuim
tegen de boegen van de olietankers,
de diepzeezeilers, het vlot van Heyerdahl,
in beken, bandjirs, dijkdoorbraken,
in drijfzand, geisers, gletsjerdalen -
God leeft zich uit in water, overal.
God is in de condens van jachtvliegtuigen,
het glaasje water van de astronaut,
de volle stralen melk uit koeienuiers,
de melk van schapen, geiten, merriemelk,
in fonkelende wijn, cognac en sodawater,
in maagzuur, speeksel, krokodillentranen,
in kokend water dat de boel desinfecteert,
doopwater, afwaswater, het waterwinbedrijf.
God keurt de eerste sla, de allerlaatste
pruimen, geniet van peer en aalbes tussendoor,
mengt vla-sap-yoghurt tot een allegaartje,
tovert uit kwark en room gezonde taart.
Hij stuurt het zaad voorbedachten rade,
maakt dat het vrijen lekker gaat, zijn top bereikt;
zorgt dat de vrucht wordt afgedreven
of dat uit bloed en slijm een kind ontstaat.
God heeft zijn ziel verbonden aan de spijsverterings-
wetten, de menstruatiecyclus en de bloedsomloop,
de wonderlijke wegen van het hersenvocht.
Gods Naam druipt uit het vocht langs slachthuis-
wanden, uit milten, nieren, levers, harten, blazen,
hij vult de slang waarmee de vloer wordt schoon-
gespoten, zijn Naam spat langs de broekspijpen omhoog.
Hij bruist in laboratoriumkolven en retorten,
hij borrelt in de soep op moeders gasfornuis,
in destillatieketels en de weck voelt hij zich thuis.
Hij pootjebaadt in oceanen, daagt orka's uit,
doet schepen aan hun ankers schudden,
verschuilt zich in het oog van de cycloon,
wijst jonge haaien een gemakkelijke buit;
hij voedt de walvis, kietelt z'n baleinen,
speelt met de haren van de Deense zeemeermin,
lokt haringscholen naar de Urker vissers,
schrijft liefdesbrieven met een liter inktvisinkt,
doet overal de zon in 't water schijnen.
God heeft het land aan de woestijnen,
aan droge, saaie, humorloze praat,
aan preken waar geen letter po√ęzie in staat;
hij houdt van avontuur, muziek en donderjagen -
diep in zijn hart is God een ouwe zeepiraat.